usability: skip to content, skip to sitemenu



Patiënteninformatie

Botheling

Hoe geneest bot onder normale omstandigheden?

Zodra een fractuur optreedt, gaat het lichaam de gewonde plek verdedigen. Een hele cascade aan mechanismen wordt in gang gezet. Er treedt eerst een bloeding op welke een stolsel vormt (het zgn. fractuurhematoom). Vervolgens treedt een ontstekingsreactie op (24-72 uur) met zwelling, pijn, roodhied en warmte  en vorming van een fibrinenetwerk. In dit stolsel gaan nu vanuit de bloedvaten en omgeving bindweefselcellen ingroeien. Dit is de zgn. reparatie - callusvorming.  Botafbrekende cellen (osteoclasten) ruimen beschadigd en necrotische weefsel op en botvormende cellen (osteoblasten) maken een bindweefsel (vorming kraakbeen en collageen (type2)) welke een verbinding maakt tussen de twee botgedeelten (fibreuze callus). Het kraakbeen wordt later vervangen door bpt (enchondrale ossificatie) en matuur collageen (tpe1).  Alzo ontstaat er een klomp bot (ossale (benige) callus) om de plek van de botbreuk heen. Zo zal de breuk die aanvankelijk helemaal loszat, geleidelijk flexibel vast gaan zitten en daarna weer hard worden. Bij een oppervlakkig onder de huid liggend bot zien we dan ook een bult van nieuw gevormd botweefsel. In de loop van maanden wordt deze callus weer afgebroken en op deze wijze wordt de structuur van het bot hersteld. Hierbij doet de natuur haar best om het bot zo goed mogelijk in haar oorspronkelijke vorm te herstellen (remodellatie).

Behandeling van fracturen

Behandeling in de botgenezing is dat u zelf het bot moet genezen. Uw dokter kan alleen helpen om de botten in de juiste richting aan elkaar te laten groeien, echter genezen moet uw lichaam zelf doen! Een van de hoofdprincipes binnen de orthopedie is het herstellen en bewaren van een normale botmorfologie. Dit doende wordt getracht toch een zekere functie van het aanhetaste lidmaat toe te laten tot dat natuurlijke heling van het bot wordt bekomen.

Uw arts kan gebruik maken van gips, spalken, tractie, of fixatie met pinnen of andere hulpmiddelen om een fractuur in de juiste positie te houden tijdens het genezingsproces. Afhankelijk van wat wordt gebruikt, spreken we van :

De behandeling van fracturen kan:

Nadeel van gipsbehandeling is dat de aan de breuk grenzende gewrichten ook mee in het gips moeten, hetgeen stijfheid kan veroorzaken. Verder zien we ook vaak een forse vermindering van de spiermassa. Afhankelijk van het type breuk en de stabiliteit hiervan mag men al dan niet direct belasten. Gezien een immobilisatie in gips vaak niet volledig stabiel is (oa. door loskomen van het gips door ontzwellen) is belasten vaker niet toegestaan.

Bij operatieve behandeling zijn de voordelen dat de breuk meestal naadloos op elkaar kan worden gezet en er al vaak sneller belast mag worden. Ook gebruik van gips na de ingreep is vaak niet, of toch zeker voor kortere tijd nodig.
Nadeel van deze behandeling is dat er wel degelijk operatief wordt ingegrepen met alle inherente risico's hieraan verbonden (zowel van de verdoving als van de ingreep zelf). Elke ingreep, hoe minimaal ook heeft een bepaald percentage complicaties waarbij een bloeding of een infectie de meest voorkomende zijn. Ook wondproblemen horen tot de mogelijkheid als het lidmaat flink gezwollen is.
Een ander nadeel is dat de gebruikte platen en pennen soms nog met een tweede operatie moeten worden verwijderd (voornamelijk bij jongeren). Het materiaal blijft immers lichaamsvreemd. Hoe langer hoe meer zijn we echter geneigd om het materiaal aanwezig te laten en dit pas te verwijderen indien dit hindert.

Welke factoren hebben een negatieve invloed op botheling?

  1. infectie: Bij open fracturen is de kans op infectie groter waardoor de kans op genezing kleiner is. Infectie onderdrukt de wondgenezing.

  2. roken: Het is algemeen bekend dat roken slecht is voor de gezondheid. De nadelige invloed op hart- en vaatziekten, de duidelijke relatie met longziekten en longkanker worden inmiddels niet meer betwist.

    Ook botgenezing blijkt door roken zeer nadelig te worden beïnvloed. Zo zien wij in onze dienst bijna uitsluitend breuken die niet vastgroeien bij patiënten die roken. De oorzaak hiervan is deels een verminderd zuurstofaanbod door verkramping van de kleine bloedvaatjes (het nicotine in het bloed doet de diameter van de bloedvaten met 25% inkrimpen) en deels een verminderde capaciteit van het bloed om zuurstof (en voedingsstoffen) te vervoeren door de koolmonoxide in sigarettenrook. Wanneer een breuk optreedt is het dus van uitermate groot belang dat een volledige rookstop wordt ingevoerd en dit tot ten minste heling van de breuk. Minderen met roken heeft niet het minste effect. Roken vermindert de kans op volledig herstel, verlengt de tijd die de patiënt spendeert aan het genezen, en maakt het minder waarschijnlijk dat hij tevreden zal zijn met het bekomen resultaat. Dit is danook uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de patiënt en hij zal hierop worden gewezen.

    Daarnaast hebben rokers ook nog eens een vertraagde wondgenezing. Uit onderzoek blijkt de doorstroming van de kleinste huidvaatjes en de hoeveelheid zuurstof in het bloed veel slechter te zijn bij rokers. Ook blijken rokers een veel grotere kans te hebben op diepe wondinfecties juist door deze slechtere wondgenezing en neigen wondinfecties tot ernstiger uitbreiding.

  3. onvoldoende immobilisatie: zoals hoger uitgelegd, geneest een breuk door het initeel aanmaken van een bindweefselige brug tussen de uiteinden van de breuk. Het is danook  te verstaan dat indien er ter hoogte van de breuk teveel beweging optreedt, dit de vorming van deze boverbrugging zal compromiteren, met een mogelijk vertraagd, dan wel niet, optreden van uiteindelijke genezing.

  4. overmatige alcoholconsumptie: dit gaat vaak gepaard met ongezonde voeding waardoor minder opname van voedingstoffen en ook de diurese (frequente mictie (wateren)) geeft verdunning en verhoogd afdrijven van voedingsstoffen.
  5. inname van NSAID: ontstekingsremmende middelen (bv Brufen, apranax ...) interfereren met de normale helingscascade

Welke factoren hebben een gunstige invloed op botheling?

  1. leeftijd: hoe jonger, hoe snellere botheling

  2. stabiele fixatie: de fixatie moet voldoende rigide zijn om torsie te voorkomen in vroege genezingsfase maar toch nog  enige axiale compressie toelaten voor normale remodellering en voorkomen van osteoporose in de late fas

  3. gezonde voeding: een gezonde gevarieerde voeding is van belang tijdens elk genezingsproces. Voor breuken wordt vaak de vraag gesteld of calcium supplementen opportuun zijn. Calcium is een bouwstof voor de botten. Kinderen hebben, afhankelijk van de leeftijd, 500 tot 1200 mg calcium per dag nodig, volwassenen gemiddeld 1000 mg en boven de 50 jaar 1200 mg. Meer calcium gebruiken is niet nodig; dit heeft geen extra, positief effect op de botten. Meer dan 2500 mg calcium per dag kan zelfs nadelige effecten hebben. Een gevarieerde voeding, met gemiddeld per dag twee tot drie porties melk en melkproducten en één à twee plakken kaas, bevat voldoende calcium
    (De maximaal veilige dosis voor calcium is 2500 mg/dag. Dit komt ongeveer overeen met twee liter melk. Bij de veilige dosis gaat het om een gemiddelde waarde, waarbij een ruime marge is genomen. Dit betekent dat éénmalige of kortdurende overschrijding van de maximaal veilige dosis geen direct gevaar oplevert.)
    Wat zijn de gevolgen van een teveel aan calcium?
    Een teveel aan calcium verstoort de opname van ijzer, zink, magnesium en fosfor. Ook kunnen er nierstenen ontstaan.

  4. ultrageluid (vb. exogen): Na een botbreuk, duurt het genezingsproces al snel 5 à 6 weken. Een behandeling met ultrasoon geluid versnelt het genezingssysteem en is bedoeld voor zowel de genezing van verse botbreuken als voor behandeling van botbreuken die niet (goed) samengroeien. Onderzoek heeft aangetoond dat botherstel dankzij botgroeistimulatie 40% sneller kan verlopen. Deze apparaten producerent een akoestische geluidsgolf die micromechanische druk levert op de botbreukzijde. Deze druk heeft tot gevolg dat botcellen sneller en meer calciumionen opnemen en de starheid van het calcium toeneemt, oftewel u maakt sneller 'kalk' aan waardoor uw botbreuk sneller zal genezen.

    Deze systemen bieden een lage intensiteit geluidsgolven waarvan geen risicofactoren en bijwerkingen bekend zijn. De patiënt merkt geen trillingen, prikkeling of warmte tijdens de behandeling.

  5. electromagnetisch veld (vb. osteopulse): uitgaande van de kennis dat normale botfysiologie eletrische ladingen creëert welke variëren zowel met belasting als wanneer bot breekt, is men gaan zoeken hoe we door electrische stimulatie de heling van bot kunnen bevorderen. Door korte stroomstoten te jagen doorheen een koperdraad (in een pad geappliceerd rondom de breukplaats van het gebroken lidmaat) wordt een electromagnetisch veld gecreëerd in de breukhaard wat de genezing enorm bevordert (pulsed electromanetic field (PEMF)). Belangrijk is dit minimaal 8 uur per dag te appliceren op de juiste plaats (juiste plaatsing van de coils op de bedoelde actieplaats is belangrijk).
  6. belasting, gecontroleerde micromotion: indien bot op een normale manier wordt belast, wordt het gestimueerd om te genezen




Login: