usability: skip to content, skip to sitemenu



Patiënteninformatie

Knieprothese

Sinds enkele tientallen jaren kunnen we, op een veilige en succesvolle manier, de versleten kraakbeenlaag van de knie vervangen, de randwoekeringen weghalen en de as van de knie opnieuw recht maken. We noemen dit een "knieprothese" of "kunstknie".

Bij een knieprothese vervangen we enkel de aangetaste de kraakbeenlaag van het bovenbeen door een metalen kap, terwijl het onderbeen en de knieschijf worden bekleed met een laag "kunsthars" of polyethyleen. Deze combinatie blijkt door de jaren heen zeer slijtvast te zijn en de tand des tijd goed te doorstaan. De knie krijgt op die manier opnieuw een soepele glijdende beweging. De pijnklachten verdwijnen of zijn alleszins al snel veel minder. Na enkele weken revalidatie lukt het weer om langer te stappen, trappen te doen en te fietsen.

Een knieprothese kan dan ook het leven van ouder worden mensen of ook jongere mensen met lang bestaande invaliderende artroseklachten ingrijpend veranderen! Wij werken in onze dienst met een prothese die reeds jaren lang uitvoerig getest en geëvalueerd is en waarbij onvoorspelbare verwikkelingen door het materiaal haast uitgesloten zijn.

Hierna vindt u meer informatie over de types knieprothese, de operatie, de opname en het verblijf in onze dienst, de revalidatie na een knieprothese en de verwachtingen alsook mogelijke complicaties.

Unicompartimentele knieprothese

Bij mensen met aantasting van slechts één kniecompartiment (binnen- of buitenzijde) is het mogelijk om ook slechts dit ene compartiment te vervangen door een prothese en de rest van het kniegewricht in tact te laten.

unicompartimentele knieprothese (onderdelen) unicompartimentele knieprothese (zijaanzicht) unicompartimentele knieprothese Na operatie met 'unicompartimentele knieprothese'

Deze techniek is vooral aangewezen bij:

Maar wordt afgeraden bij:

De voorbereiding tot ingreep

De operatie

Anesthesie: er wordt geopereerd onder regionale verdoving (=ruggenprik) of algemene anesthesie. De keuze wordt gemaakt door de anesthesist, uiteraard in samenspraak met de chirurg en patiënt. Voor ingrepen aan de onderste ledematen wordt er doorgaans geopteerd voor een ruggenprik. Soms is dit onmogelijk of minder aangewezen, zoals bij bepaalde rugafwijkingen of patiënten onder bloedverdunnende medicatie.

Het grote voordeel van regionale anesthesie is dat er niet alleen tijdens, maar ook na de operatie pijnstilling kan gegeven worden dmv het pompje, aangesloten aan de “ruggenprik-katheder”. Dit hele systeem wordt op dag 2 na de operatie verwijderd.

Ingreep:

  1. Er wordt een spannende band rondom het been gedaan, dit om bloedloos te kunnen opereren en bloedingen in het operatiegebied te verminderen.
  2. Dmv een kleine verticale incisie (links of rechts van de knieschijf) wordt het kapsel blootgelegd.
  3. Vervolgens wordt het gewricht zelf geopend (insnede in gewrichtskapsel) en wordt het getroffen compartiment zichtbaar.
  4. Het zieke en versleten kraakbeen wordt verwijderd door kleine zaagcoupes in het bot juist onder het kraakbeen te maken.
  5. Na het passen met een proefprothese (belangrijk is dat de prothese perfect past doorheen het hele bewegingsbereik van de knie), wordt de definitieve prothese geplaatst en gefixeerd met het botcement.
  6. Uiteindelijk wordt de knie opnieuw gesloten: onderhuids dmv resorbeerbare hechtdraad (deze lost na een tijdje spontaan op), de huid wordt gehecht dmv wondhaakjes. Ook wordt er een buisje achtergelaten, dit om eventueel bloed of wondvocht te laten afvloeien (dit wordt, zonder belangrijke nabloedingen, reeds op dag 1 na de ingreep door de verpleging verwijderd).

U krijgt uiteindelijk dan een groot drukverband rondom het been aangelegd.

Na de ingreep verblijft U nog even in de ontwaakruimte waar U gevolgd wordt door de anesthesist. Hier kan er ook al de eerste maal pijnmedicatie via het pompje worden toegediend.

Tijdens de operatiedag wordt een aan de familie een contactnummer gegeven, waarop geïnformeerd kon worden naar de ontwikkelingen.

Totale knieprothese (of tricompartimentele knieprothese)

Omdat het kniegewricht uit 3 delen bestaat, gaat ook het vervanggewricht meestal uit 3 componenten bestaan: 1 component voor het dijbeen, een andere voor het scheenbeen en een laatste voor de achterzijde van de knieschijf.

totale knieprothese (vooraanzicht) tricompartimentele knieprothese (zijaanzicht) 'tricompartimentele' of totale knieprothese rotatiebeweging tov loopvlak van de 'totale knieprothese'

De prothese wordt meestal gefixeerd met behulp van het botcement, deze zorgt voor het beter aansluiten van het prothesemateriaal in het bot (het is dus geen lijm).

Uit onderzoek is gebleken dat bij meer dan 90% van de patiënten de originele prothese nog ter plaatse is na 15 jaar. Bij het optreden van problemen (slijtage of loskomen) kan de prothese vervangen worden.

De voorbereiding tot ingreep

De operatie

Anesthesie: er wordt geopereerd onder regionale verdoving (=ruggenprik) of algemene anesthesie. De keuze wordt gemaakt door de anesthesist, uiteraard in samenspraak met de chirurg en patiënt. Voor ingrepen aan de onderste ledematen wordt er doorgaans geopteerd voor een ruggenprik. Soms is dit onmogelijk of minder aangewezen, zoals bij bepaalde rugafwijkingen of patiënten onder bloedverdunnende medicatie.

Het grote voordeel van regionale anesthesie is dat er niet alleen tijdens, maar ook na de operatie pijnstilling kan gegeven worden dmv het pompje, aangesloten aan de “ruggenprik-katheder”. Dit hele systeem wordt op dag 2 na de operatie verwijderd.

Voor de operatie wordt er ook een blaaskatheder geplaatst, die op dag 2 postop wordt verwijderd.

Ingreep:

  1. Er wordt een spannende band rondom het been gedaan, dit om bloedloos te kunnen opereren en bloedingen in het operatiegebied te verminderen.
  2. Dmv een verticale incisie (+/- 20 cm)wordt het kniegewricht zelf blootgelegd.
  3. Vervolgens wordt het gewricht zelf geopend (insnede in gewrichtskapsel) en wordt de knieschijf omgeklapt: de chirurg heeft nu een zicht op de 3 gewrichtsoppervlakken.

  4. Het zieke en versleten kraakbeen wordt verwijderd en tegelijkertijd kan de chirurg eventuele standafwijkingen van het been (X-of O-benen) worden gecorrigeerd.
  5. Na het passen met een proefprothese, wordt de definitieve prothese geplaatst en gefixeerd met het botcement.
  6. Uiteindelijk wordt de knie opnieuw gesloten: onderhuids dmv resorbeerbare hechtdraad (deze lost na een tijdje spontaan op), de huid wordt gehecht dmv wondhaakjes. Ook wordt er een buisje achtergelaten, dit om eventueel bloed of wondvocht te laten afvloeien (dit wordt, zonder belangrijke nabloedingen, reeds op dag 1 na de ingreep door de verpleging verwijderd).

U krijgt uiteindelijk dan een groot drukverband rondom het been aangelegd.

Na de ingreep verblijft U nog even in de ontwaakruimte waar U gevolgd wordt door de anesthesist. Hier kan er ook al de eerste maal pijnmedicatie via het pompje worden toegediend.

Tijdens de operatiedag wordt een aan de familie een contactnummer gegeven, waarop geïnformeerd kon worden naar de ontwikkelingen.

Mogelijke complicaties

Een niet te vermijden gevolg van de operatie is een blijvend licht voos/doof gevoel thv de buitenzijde van het onderbeen, dit is een gevolg van het doorsnijden van een aantal takjes van de gevoelszenuw bij het maken van de incisie.

Zoals bij elke operatie kunnen er ook complicaties optreden, nl.

Meer specifiek voor deze ingreep zijn:

Ook later kunnener zich nog problemen voordoen, nl. infectie en loslating van de prothese, dit wordt duidelijk door toenemende pijn en verlies van beweeglijkheid. Soms dient dan de prothese vervangen te worden.

Op de afdeling

U gaat in principe dadelijk naar de afdeling, maar uitzonderlijk kan het zijn dat U even op intensieve zorgen wordt opgenomen.

Reeds snel na de ingreep zal U worden gevraagd regelmatig met de tenen, voeten en enkels te bewegen. Hierdoor wordt de bloeddoorstroming bevordert.

U krijgt de antithrombose-kousen die U moét dragen en spuitjes in de buik (met antistollingsmiddel) om thrombo-embolie (= bloedklonters) te voorkomen.

Ook met de eigenlijke revalidatie wordt snel gestart: zo gaat de kinesist uw knie regelmatig bewegen dmv de CPM (continue passieve mobilisatie: de Kinetec gaat voor U uw knie plooien: zie figuur)). Vanaf dag 2 na de operatie wordt er gestart met opzitten en staan (U mag in feite al dadelijk 100% steunen). Op dag 3 gaat U met de kinesist naar de oefenzaal: terug leren stappen, eerst met looprekje daarna met krukken.

kinetec

Bij ontslag

Wanneer U wordt ontslagen krijgt U een oefenschema mee voor uw eigen kinesist. Deze zal dagelijks met U oefenen. De oefeningen zullen vooral betrekking hebben op het soepel leren gaan (gangrevalidatie), het bevorderen van de beweeglijkheid (extensie- & flexieposturen) en het versterken van de dijspieren (quadricepstonificaties).

Een brief voor de huisarts (met oa de regeling voor het verwijderen van de wondhechtingen ed) wordt ook meegegeven.

Belangrijk voor U is: dagelijks uw “anti-flebitisspuitjes” (tot 6 weken na de operatie), de steunkousen tot 4 weken na de operatie, regelmatig ijs leggen en OEFENEN.

Er wordt ook een controleafspraak bij de chirurg voor U gemaakt (dit zal +/- 4 weken na het ontslag zijn).

Indien U echter problemen (koorts, toenemende zwelling, pijn, functieproblemen of lekkende wonde) ondervindt, moeten wij U vroeger terugzien. U kan in het ziekenhuis steeds terecht via de dienst spoedgevallen.

Wat mag U verwachten van uw knieprothese?

Voor het uiteindelijke resultaat geldt als vuistregel: “hoe beter men oefent, hoe beter het resultaat dat men mag verwachten”.

Over het algemeen treedt er een sterke verbetering van de pijnklachten op, men kan opnieuw langere afstanden wandelen zonder pijn, vlotter trappen nemen en fietsen. Ook in de dagdagelijkse activiteiten vermindert de hinder. Een bijkomend voordeel is dat men tijdens de ingreep de as van het been opnieuw recht maakt.

Qua levensduur van de prothese is uit onderzoek gebleken dat 90% van de prothese in een nog goede conditie verkeren na 15 jaar. Veel hangt af van de activiteiten van de patiënt. Zo moeten activiteiten met langdurige en grote schokbelasting (zoals lopen en springsporten) en het uitgesproken plooien van de knie (hurken) vermeden worden.

Belangrijk: vermeldt steeds bij volgende operaties dat U een knieprothese hebt en verwittig ook altijd uw huisarts wanneer U een ingreep moet ondergaan aan uw gebit: het kan nodig zijn dat U dan eerst een antibioticakuur volgt.

Op regelmatige tijdstippen bieden wij in onze dienst informatiesessies over knie artrose en knieprothesen (PPP). Voor de exacte data kan u terecht op onze afsprakendienst (014/24.61.60).




Login: