usability: skip to content, skip to sitemenu



Patiënteninformatie

Tenniselleboog

Een tenniselleboog (in medische termen: "epicondylitis lateralis/radialis") is een peesontsteking die gelokaliseerd is thv de buitenste elleboogknobbel (= laterale epicondyl).

Wat is het?

tenniselleboogDe tenniselleboog is het meest voorkomend overbelastingsletsel van de elleboog; rond de één op honderd volwassenen krijgt ermee te maken. Vroeger werd deze aandoening voornamelijk toegeschreven aan sportbeoefening (vnl. sporten zoals tennis of andere racketsporten). Steeds meer zijn arbeidsomstandigheden, welke bestaan uit repetitieve bewegingen van hand, pols en voorarm, aanleiding tot de overbelasting. Een plots trauma kan ook, maar eerder zelden, een tenniselleboog initiëren.

De naam tenniselleboog is ontstaan omdat men deze blessure vroeger, toen er nog gespeeld werd met de zware houten rackets, frequent zag bij tennissers. Een tenniselleboog komt echter even frequent voor bij mensen die niet tenissen.

Wat is het probleem?

Het gaat in feite om een tendinose (veroorzaakt door het herhaald ontstaan van kleine scheurtjes) van de gemeenschappelijke peesaanhechting van de spieren die zorgen voor het strekken van de pols (=extensie: dit is het bewegen van de hand in de richting van de handrug). De pathologie centreert zich hoofdzakelijk op de aanhechting van de ECRB (extensor carpi radialis brevis).

gemeenschappelijke extensorspieregroep elleboog

Zo’n ontsteking kan ontstaan door een overbelasting, maar ook spontaan. "Risico"-activiteiten zijn deze handelingen waarbij er steeds dezelfde beweging wordt gemaakt of waarbij deze spieren erg belast worden. Tennissen, poetsen, schilderen, ramen wassen, schroeven indraaien zijn enkele van de vele activiteiten die aanleiding kunnen geven tot een ontsteking.

Klinisch onderzoek

Een tenniselleboog komt even frequent voor bij mannen en vrouwen.

Anamnese

Het gaat dikwijls gepaard met een typisch klachtenpatroon: de patiënt klaagt van pijn over de buitenzijde van de elleboog (juist onder de laterale epicondyl). Vaak kan de pijn worden uitgelokt door specifieke handelingen zoals het bij het duwen op een deurklink, het uitgieten van een thermos met gestrekte arm, het opheffen van de pols enz.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek vinden we vaak:

Differentieel diagnose

De differentieel diagnose dient te worden gesteld met:

  1. Radiculopathie (vnl C5 of C6)
  2. Entrapment van de nervus interesses posterior
  3. Intra-articulaire letsels (bv. Plica synovialis)
  4. Posterolaterale rotatoire instabiliteit

Behandeling

Conservatieve behandeling

90% geneest door conservatieve behandeling binnen het jaar; aangezien het probleem in de meeste gevallen wordt veroorzaakt door overbelasting, zal de eerste stap in de behandeling rust zijn (dit eventueel in een gipsverband), met lokaal ijsapplicaties en eventueel ontstekingwerende medicatie en kinesitherapie (met stretching). Soms kan ook een bandje net onder de elleboog helpen (door het aantrekken kan de tractie op de aanhechtingsplaats verminderd worden).

Indien het gaat om een hardnekkige ontsteking kunnen uiteindelijk enkele cortisone-injecties gegeven worden (maximaal 3). Goede alternatieven zijn een behandeling met ESWT of een inspuiting met PRP (plaatjesrijk plasma).

Bij het falen van deze maatregelen kan er heelkundig worden ingegrepen.

Heelkundige behandeling

Bij de 10 - 15% van de patiënten die niet pijnvrij worden met conservatieve therapie, stelt zich een operatieve indicatie. Het doel is het pathologische (zieke) weefsel uit te snijden.

De ingreep wordt normaal gezien uitgevoerd via daghospitalisatie, U mag dus reeds 's avonds het ziekenhuis verlaten.

De ingreep kan open gebeuren, maar steeds meer en zeker bij gelijktijdig andere problemen in het gewricht, kan de tenniselleboog ook arthroscopisch behandeld worden, waarbij men door 2 kleine kijkgaatjes van enkele mm de behandeling uitvoert.
De pees die aan de oorsprong ligt van een tenniselleboog (de extensor carpi radialis brevis) ligt namelijk het dichtst tegen het gewrichtskapsel aan, en kan dus makkelijk van binnenuit worden geadresseerd. Dit heeft als voordeel dat er veel minder spier dient te worden losgmaakt (minder weke delen trauma) wat voor minder pijn zorgt tijdens de eerste dagen na de ingreep én voor een veel snellere revalidatie. Ook kunnen eventueel geassocieerde letsels (plica, synovitits, kraabeenletsel ...) in het gewricht in eenzelfde tijd worden behandeld.

Anesthesie

De ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving of onder algemene verdoving. De keuze wordt gemaakt in overleg met de anesthesist.

Open chirurgie kan makkelijk onder plaatselijke verdoving, bij een arthroscopische behandeling opteren we echter voor een algemene anesthesie, vooral omdat de positionering in zijligging onder de doeken niet zeer comfortabel is.

Open Ingreep (positionering in ruglig)

open tenniselleboogchirurgie
  1. Eerst wordt er een boogvormige huidincisie gemaakt thv de buitenzijde van de elleboog en wordt de peesaanhechting vrijgelegd. Soms wordt een gedeelte van het peesblad over de spieren, als dit te fel spant, verwijderd.
  2. Vervolgens wordt de aanhechting (van de flexor carpi radialis brevis) losgemaakt van het bot (dit geeft een verlenging van enkele millimeter) en wordt het zieke peesweefsel over enkele millimeter weggesneden. Vaak vinden we een scheur van de pees tot in het gewricht.
  3. Omdat, door het wegsnijden van het zieke weefsel, er meestal een defect ontstaat, wordt een ander spier (de flexor carpi radialis longus) (gedeeltelijk) los gemaakt en in het defect gedraaid. Alzo bekomen we terug een mooi en stevig geheel.
  4. De losgemaakte spieren worden stevig verankerd aan het opgekuiste bot en nadien wordt de wonde gehecht: onderhuids gebeurt dit dmv resorbeerbare draad (deze moet niet worden verwijderd, maar verdwijnt na een tijdje spontaan). De huid wordt doorgaans gesloten met hechtdraad intradermaal (onderhuids) zodat enkel een zeer mooi en fijn litteken overblijft.
  5. Vervolgens wordt er een drukverband (of eventueel direkt een ellebooggips) omheen de arm gedaan.

Arthroscopische ingreep (positionering zijlig)

arthroscopische ingreep: positionering zijlig

  1. Uw ellebooggewricht wordt eerst opgeblazen door ongeveer 20 cc fysiologisch serum in te spuiten via een naald.
  2. arthroscopisch uitzicht na release van ECRBVervolgens wordt via de superomediale toegangsweg (portal) de camera (arthroscoop) ingebracht en wordt het voorste (anterieure) deel van de elleboog geëxploreerd. Vaak zien we dan van binnenuit de juiste lokatie waar de pees ziek en/of gescheurd is. Via een aparte (anterolaterale en/of laterale) toegang wordt de shaver (= een soort stofzuigertje) ingebracht waarmee het zieke gedeelte in de spier wordt verwijderd en het onderliggende bot wordt opgefrist. Zo heeft de losgemaakte spier opnieuw een mooie bodem om terug vast te groeien.
  3. Eventueel kan via bijkomende toegangen de rest van de elleboog worden bekeken, en kan geassocieerde pathologie worden behandeld.

Daarna gaat u naar de ontwaakruimte waar U even kan bekomen van de ingreep en waar u wordt gevolgd door de anesthesist.

Uiteindelijk wordt u dan terug naar de kamer gebracht, hier zal er ijs op uw arm worden gelegd (dit om de zwelling en pijn te verminderen) en kan u indien nodig pijnmedicatie vragen.

Na enkele uren wordt het drukverband vervangen door een open gipsverband voor 10-14 dagen.

Mogelijke complicaties

Zoals bij elke ingreep zijn er de risico’s op infectie en nabloeding.
Meer specifiek voor deze ingreep zijn:

Bij ontslag

Het ontslag is voorzien in de late namiddag, nadat uw orthopedisch chirurg u heeft ontslagen. Op dat moment zullen uw verzekeringspapieren worden ingevuld, een briefje voor het werk wordt geschreven, en voorschriften en dergelijke worden u overhandigd. De brief voor de huisarts wordt hem toegestuurd. Indien het gipsverband knelt, kan de windel rond het gips worden gelost en de watten geopend worden.

U krijgt voor de eerste dag pijnmedicatie mee.

Er zal voor U een controleafspraak na 10-14 dagen worden geregeld.

Wat wij van u verwachten?

Uw arm zoveel mogelijk boven het niveau van het hart houden (zwelling onder controle) en regelmatig met de vingers en schouder bewegen (bloeddoorstroming bevorderen).

Herstel

Tijdens de controleraadpleging worden het gips en de hechtingen verwijderd. Hierna mag u vrij bewegen en moet u een volledige beweging van de elleboog oefenen, dwz het strekken & plooien en de draaibewegingen. De kracht kan u oefenen door het knijpen in een spons of stressbal.

Kinesitherapie wordt voorgeschreven en dit verloopt in stadia, met eerst herwinnen van een volledige beweging, vervolgens onder controle krijgen van de pijn om pas hierna op kracht te oefenen. Naast deze sessies sporen wij u aan om zelf thuis ook zoveel mogelijk te oefenen (cfr. rek- en spierverstevigende oefeningen uitgelegd in de sessie kinesitherapie).

Meestal is 3 weken na de operatie het normale dagelijks gebruik van de arm weer mogelijk, maar moet u er rekening mee houden dat de kracht nog beperkt is.

Geforceerde bewegingen moeten in het begin zeker nog vermeden worden.

Het kan tot 6 weken duren vooraleer U uw elleboog volledig kunt strekken, het verdwijnen van de pijnen herwinnen van kracht tot 2 à 3 maanden.




Login: